Controleer voordat u de beveiligingskaart inschakelt nogmaals of de balanceringsdraden correct zijn aangesloten en zorg ervoor dat “P-” en “B-” goed zijn verbonden.
Controleer of de beveiligingskaart stevig aan de batterijcellen is bevestigd.
Pas nadat u deze punten hebt gecontroleerd, mag u de beveiligingskaart inschakelen. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot storingen of zelfs ernstige gevolgen, zoals doorbranden.
Nadat u de bovenstaande controles hebt uitgevoerd, mag u de beveiligingskaart inschakelen.
De beveiligingskaart heeft geen aan/uit-schakelaar en is ontworpen voor de oplaadmodus (waarbij de laadspanning 2 V hoger is dan de accuspanning).
Dit betekent dat het accupakket na montage op een lader moet worden aangesloten om de beveiligingskaart te activeren.
Naast het activeren van het opladen ondersteunt de kaart ook het activeren van knoppen en het activeren van het display.
Gebruikers die voor het optionele display en de knop hebben gekozen, hoeven alleen maar de kabel in de display-interface te steken en op de knop te drukken om de kaart te activeren.
Vervolgens moet je mar de APP alle instellingen instellen voor de gebruikte accu cellen en het systeem.