Wanneer de BMS op de lader via Canbus is aangesloten, zal de BMS aan de lader de laad spanning en stroom doorgeven.
In de lokale user interface kun je de ontvangen gegevens terugzien in: “Instellingen > Apparaten > BMS > Parameters”. Mogelijk heet de pagina “BMS” bij jou anders omdat de BMS bij jou een andere naam heeft.

CVL = Charge Voltage Limit.
CCL = Charge Curent Limit.
DCL = Discharge Curent Limit.
In de JK-BMS kun je deze terug vinden als de parameters:
“Vol. Cell RCV (V):” > Request Charge Voltage, bij mij is deze 3,550
“Vol. Cell RFV (V):” > Request Float Voltage, bij mij is deze 3,375.
“Continued Charge Curr. (A):” > De maximale laadstroom, bij mij 120A.
“Continued Discharge Curr. (A)” > De maximale ontlaadstroom, bij mij 105A.
Tijdens Bulk en Absorptie fase zal de BMS als CVL de RCF waarde via de CANbus versturen (mijn accu heeft 16 cellen, 16 x 3,550 = 56,8 volt) dus de waarde die in het parameter scherm staat is juist.
Wanneer de BMS de accu als vol heeft gedetecteerd, zal deze de float spanning “RFV” via de CANbus versturen (16 x 3,375 = 54 volt).
De laad en ontlaad stroom van de BMS en de Victron installatie wijkt af, dat komt omdat er altijd 5% onder het maximaal word geladen en ontladen, 120 x 0,95 = 114A, 105 x 0.95= 99,75.
Een Multiplus-II 48/5000 kan maximaal laden met 70A, dus stel je dit in de BMS op 70 in, de maximale laadstroom zal dan 66,5A zijn. Wanneer je deze parameter toch hoger instelt, zal de installatie vroeg of laad komen met “DC Rimpel fouten”.
Laad karakteristiek beschrijving:
Wanneer de accu geladen moet worden, zal altijd begonnen worden in de “Bulk fase”. De lader levert dan een constante (instelbare) stroom. De spanning zal tijdens deze fase oplopen.
Alle cellen van de accu worden gemeten door de BMS, wanneer 1 cel => dan de parameter “SOC-100% Volt. (V)”, bij mij: 3,510V, zal de timer “RCV Timer (H)” gaan lopen, bij mij: 0,5H, dat is 30 minuten. Gedurende deze tijd krijgen de andere cellen de tijd om naar 100% te laden, tijdens deze fase zal geladen worden in “absorption fase”.
Tijdens deze zal geladen worden met een constante spanning (dezelfde spanning als tijdens de bulk fase). Naarmate de cellen voller worden zal de stroom afnemen.

Wanneer er geen ontlading plaatsvind zal na de RCV-Timer de RFV status starten “Float fase” ook wel druppel-laden genoemd, de BMS zal dan de BMS parameter: “Vol. Cell RFV (V):” parameter als CVL naar de Victron versturen en dan met een lagere spanning onderhouden. Er zal dan een nieuwe timer “RFV-Timer” gaan lopen, wanneer deze verstreken is, zal de hele laden opnieuw worden gestart in de “BULK-Fase” en de daarbij behorende parameter.
Echter is gebleken dat deze manier van laden tot het probleem kan leiden dat de accu op een ongewenst moment dan toch leeg is.
Om dit op te lossen, is in nieuwere firmware de “RFV-Timer” komen te vervallen en is de parameter “Re-Bulk SOC (%):” daar voor inde plaats gekomen.
Deze parameter heeft bij mij: “10%”, dit betekend dat wanneer de SOC (State Of Charge) 10% is gezakt in de “Float” fase, dus de SOC is dan 90% zal het laden in de BULK-fase weer opnieuw worden gestart.
====================================================
Pre-Charge (Voor laden):
Wanneer een inverters/ laders voor de eerste keer word aangesloten of deze heeft een tijdje zonder stroom gestaan, moeten eerst de interne condensatoren worden geladen. Wanneer dit niet word gedaan zal deze een hele hoge piek stroom trekken en de BMS zal vervolgens in kortsluit alarm gaan.
Zet dus voordat je de DC inschakel automaat (deze behoort op de accu behuizing te zitten) aan zet, of de volgende “Laad en ontlaad” schakelaar van de BMS uit zijn.

Wanneer de “Discharge” schakelaar uit staat, werkt het pre-charge circuit en zullen de condensatoren langzaam worden geladen. laat deze dus even uit staan.
Zet na een seconden of 5 deze schakelaars weer aan en de installatie zal normaal opstarten.
De stand van de aan/ uit schakelaars van de inverters/ laders maakt niet uit, de condensatoren zitten voor de schakelaar.