Ik heb de JK-BMS “PB2A16S20P” met Firmware: V19.10, inmiddels geüpdatet naar V19.24.
Klik hier om de firmware te downloaden.
Deze firmware is er voor alle V19 versies en zitten in het RAR bestand.
Soms zal worden gevraagd om de “Dynamic Key”, klik hier om naar deze pagina te gaan.
Inmiddels is versie V19.18 uit, klik hier om deze te downloaden.
Inmiddels is er weer een nieuwe versie V19.21.
Klik hier om deze te downloaden.
Andy van “Off-Grid Garage” is daar niet heel erg te spreken over.
Zie YouTube filmpje.
Er is alweer nieuwe firmware uit, dit keer versie V19.24 alleen voor de 200A en de 300A uitvoering, klik hier om deze te downloaden.
Het bijbehorende pc programma, versie 3.8.0, klik hier om deze te downloaden.
Wanneer je de BMS voor de eerste keer in gebruik stelt, moet je eerst de JK-BMS app op je telefoon installeren en daarna een bluetooth verbinding maken.
De BMS zal om een code vragen, dat is 1234 of 123456, pas deze bij de eerste aanmelding wel aan.
De BMS kan met diverse type accu ’s overweg, bij de eerste keer dat je de BMS gaat instellen, moet je het type accu opgeven, bij gebruik van een “LiFePo4 is dat “LFP” of gewoon “liFePo4”.

Daarna moet je alle parameters voor jouw cellen en installatie instellen.
Zie voor de laatste instellingen, onder aan deze pagina.
Mijn “basis” instellingen:

Mijn “geavanceerde” instellingen:




Mijn “Control” instellingen:


Mijn “About” scherm:

2025-10-14
Laatste instellingen:
26-12-2025
| Basic Settings: | ||||
| 1 | Cell Count: | 16 | Aantal cellen. | |
| 2 | Battery Capacity (Ah): | 330 | Capaciteit van de accu. | *1 |
| 3 | Balance Trig. Volt. (V): | 0,006 | Het moment van het starten van het balanceren. Dit gebeurd wanneer het verschil van 2 cellen ten minste => dan deze instelling. | *2 |
| Advance Settings: | ||||
| 4 | Start Balance Volt. (V): | 3,43 | Het eventuele balanceren wanneer dat nodig is begint wanneer tenminste 1 cel deze spanning heeft bereikt. | *2 |
| 5 | Max Balance Cur. (A): | 2 | De maximale balanceer stroom, afhankelijk van het BMS model, maximaal: 1A, 1,5A of 2A. | *2 |
| 6 | Cell OVP (V): | 3,650 | Bij welke spanning de overspanning ’s beveiliging actief word. | |
| 7 | Vol. Cell RCV (V): | 3,550 | De cel spanning waarmee geladen word in de “Bulk” en de “Absorptie” mode. bij 15 cellen: 53,25V en bij 16 cellen: 56,80V. | *3 |
| 8 | SOC-100% Volt. (V): | 3,548 | Wanneer ten minste 1 cel gedurende de parameter “RCV Time (H):” deze spanning heeft word de accu als 100% vol geregistreerd. | *3 |
| 10 | Cell OVPR (V): | 3,492 | Wanneer de accu in “Overspanning ’s beveiliging” staat, zal wanneer het voltage onder deze drempel komt de beveiliging resetten. | |
| 11 | Cell UVPR (V): | 2,650 | Wanneer de accu in “Onder spanning ’s beveiliging” staat, zal wanneer het voltage over deze drempel komt deze beveiliging resetten. | |
| 12 | SOC-0% Volt. (V): | 2,640 | wanneer ten minste 1 cel =< dan deze parameter komt zal de accu als leeg worden geregistreerd. | |
| 13 | Cell UVP (V): | 2,600 | Bij welke spanning de onderspanning ’s beveiliging actief word. | |
| 14 | Power Off Volt. (V): | 2,500 | Wanneer de spanning onder deze parameter komt, zal de BMS geheel uitschakelen. | |
| 15 | Vol. Cell RFV (V): | 3.370 | Wanneer de accu als vol is geregistreerd, zal de accu geladen worden in “Float” mode en is dit de float (druppel) spanning om de accu op voltage te houden. | *3 |
| 16 | Vol. Smart Sleep (V): | 3,350 | Wanneer er enige tijd geen activiteit (laden/ ontladen) plaatsvind dal de accu op deze spanning worden gehouden (onderhoudslading). | |
| 17 | Time Smart Sleep (H): | 24 | Het aantal uren waarin de accu moet worden geladen in “Float” mode (druppelladen) en waarbij er geen ontlading plaatsvind voordat er naar de “Smart Sleep” mode gegaan word. | |
| 18 | Continued Charge Curr. (A): | 130,0 | De maximale laad stroom, hier word 5% vanaf gehaald (dit om rimpel te voorkomen). | |
| 19 | Charge OCP Delay (S): | 3 | Het aantal seconden dat de BMS een een te hoge laadstroom moet detecteren om in beveiliging te gaan. De verbruiker word dan afgeschakeld. | |
| 20 | Charge OCPR Time (S): | 60 | Het aantal seconden waarna de verbruiker weer word ingeschakeld (tijdens laden) en er een nieuwe poging tot voeden word ondernomen. | |
| 21 | Continued Discharge Curr. (A): | 130,0 | De maximale ontlaadstroom, hier word 5% vanaf gehaald (om rimpel te voorkomen). | |
| 22 | Discharge OCP Delay (S): | 300 | Het aantal seconden dat de BMS een te hoge ontlaadstroom moet detecteren om in beveiliging te gaan. De verbruiker word dan afgeschakeld. | |
| 23 | Discharge OCPR Time (S): | 60 | Het aantal seconden waarna de verbruiker weer word ingeschakeld (tijdens ontladen) en er een nieuwe poging tot voeden word ondernomen. | |
| 24 | Discharge OTP (°C): | 70 | ||
| 25 | Discharge OTPR (°C): | 60 | ||
| 26 | Discharge UTPR (°C): | -30 | ||
| 27 | Discharge UTP (°C): | -35 | ||
| 28 | Charge OTP (°C): | 70,0 | ||
| 29 | Charge OTPR (°C): | 60,0 | ||
| 30 | Charge UTPR (°C): | 0,0 | ||
| 31 | Charge UTPR (°C): | -10,0 | ||
| 32 | TMP Stop Heating (°C): | 10 | De JK-BMS heeft een aansluiting om een verwarming op aan te sluiten, de temperatuur wanneer de verwarming uit moet. | |
| 33 | TMP Start Heating (°C): | 2 | De JK-BMS heeft een aansluiting om een verwarming op aan te sluiten, de temperatuur wanneer de verwarming aan moet. | |
| 34 | MOS OTP (°C): | 110,0 | De BMS heeft een temperatuur sensor bij een Mosfet, wanneer deze heter word dan deze instelling, gaat de BMS in beveiliging. | |
| 35 | MOS OTPR (°C): | 100,0 | De temperatuur waarbij de Mosfet beveiliging weer uitschakelt. | |
| 36 | SCP Delay (us): | 35 | Het aantal Microseconden voordat de kortsluitbeveiliging actief word en de verbruiker word afgeschakeld. | |
| 37 | SCPR Time (S): | 60 | Het aantal seconden dat word gewacht nadat de kortsluitbeveiliging actief geworden is voordat er een nieuwe poging word ondernomen en de verbruiker weer word ingeschakeld. | |
| 38 | Device Addr.: | 0 | Het RS485 adres van de BMS. | *4 |
| 39 | Data Stored Period (S): | 3600 | Het aantal seconden dat er een log word opgeslagen 3600 seconden is 1 uur. Zie “Detail Log” voor deze gegevens. | |
| 40 | RCV Time (H): | 1,0 | De tijd voordat de accu als 100% vol word geregistreerd nadat tenminste 1 cel een voltage heeft van tenminste de parameter “SOC-100% Volt. (V):”. | *3 |
| 41 | Re-Bulk SOC (%): | 10 | Het percentage van de accu welke afgenomen moet zijn voordat het laden weer naar de “Bulk” mode gaat en er weer geladen moet worden met het voltage van de “Vol. Cell RCV (V):” parameter. | |
| 42 | Emerg. Time (Min): | 15 | Het aantal minuten dat maximaal de “Emergency” mode actief blijft na activeren van de emergency mode. | |
| 43 | User Private Data: | JK-BMS | ||
| 44 | User Data 2: | JK-BMS | ||
| 45 | UART1 Protocol No.: | 1 | *5A | |
| 46 | UART2 Protocol No.: | 1 | *5B | |
| 47 | UART3 Protocol No.: | 15 | *5D | |
| 48 | Can Protocol No.: | 4 | Het instellen van het Can protocol, protocol 4 voor Victron. | *5C |
| 49 | LCD Buzzer Trigger: | 10 | *6 | |
| 50 | LCD Buzzer Trigger Val: | 200 | *6 | |
| 51 | LCD Buzzer Release Val: | 25 | *6 | |
| 52 | DRY 1 Trigger: | *7 | ||
| 53 | DRY 1 Trigger Val: | 10 | *7 | |
| 54 | DRY 1 Release Val: | 50 | *7 | |
| 55 | DRY 2 Trigger: | 0 | *8 | |
| 56 | DRY 2 Trigger Val: | 0 | *8 | |
| 57 | DRY 2 Release Val: | 0 | *8 |
(*1) De accu capaciteit: Het is noodzakelijk om de capaciteit van de accu in te geven. LiFePo4 cellen hebben een nominale capaciteit, maar vaak is deze meer dan wat er opgegeven is. Iedere goede cel heeft een eigen serienummer welke op de QR code sticker staat. Bij de leverancier kunnen alle gegevens van de cellen worden opgevraagd. Ik gebruik de “Eve MB31” deze heeft een minimale capaciteit van 314Ah, alle cellen die ik gebruik hadden een capaciteit tussen de 330Ah en de 340Ah, mijn capaciteit is dus 330Ah.
(*2) Het balanceren: Het is noodzakelijk om de cellen eens in de zoveel tijd te balanceren. Het doel van het balanceren is om de spanningen van de afzonderlijke cellen enigszins gelijk te trekken.
Alle parameters voor het balanceren zijn ook in te stellen.
De eerste parameter hier voor is “Balance Trig. Volt. (V)” (3) hier stel je het minimale verschil tussen de hoogste en de laagste gemeten cel om daartussen het balanceren te starten. Het testen of er gebalanceerd moet worden, zal starten wanneer er minimaal 1 cel de spanning van parameter “Start Balance Volt. (V)” (4) heeft bereikt.
In de BMS is de maximale stroom waarmee gebalanceerd word in te stellen, dat doe je bij parameter “Max Balance Cur. (A)” (5). De maximale stroom is afhankelijk van het gekozen BMS model (ze zijn er in drie varianten) 1A, 1,5A en 2A.
Wanneer balanceren nodig is, zal de cel met de hoogste spanning iets ontladen worden en daarmee zal de laagste cel iets worden geladen. Dit word “actief balanceren” genoemd. Bij passief balanceren zullen de cellen die een hogere waarde hebben in verhouding tot de andere cellen worden ontladen door wat spanning in warmte om te zetten.
In het “Realtime” scherm, word het verschil tussen de laagste en de hoogste waarde van dat moment weergegeven (deltawaarde als “Cell Volt Diff.”), zie onderstaand voorbeeld.

Een goede deltawaarde is minder dan 0,05V; alles boven de 0,08V vereist aandacht.
(*3) Het laden: De accu word in verschillende fases geladen, hieronder staat de uitleg van de verschillende fases welke aangestuurd worden door de BMS en die vervolgens door de Victron installatie zal worden uitgevoerd.
BULK: De eerste fase is de “Bulk” fase, de accu wordt dan geladen met de maximale stroom, deze is ingesteld bij de parameter “Continued Charge Curr. (A)” (18) min 5% om rimpel te voorkomen.
Er zal geladen worden met de spanning die is ingesteld bij de parameter “Vol. Cell RCV (V)” (7).
Tijdens de Bulk fase zal en de spanning oplopen.
De Bulk fase zal laden tot ongeveer 80% a 90%, daarna zal de Absorptie fase starten.
Wanneer de drempel van “SOC-100% Volt. (V)” (8) word overschreden in de “Bulk” fase zal er overgegaan worden naar de “Absorptie” laad fase.
ABSORPTIE: Vervolgens word geladen in de “Absorptie” fase, de accu word geladen met de vaste spanning (zelfde als de bulk fase) maar de stroom zal langzaam afnemen.
FLOAT: Wanneer de accu als vol is geregistreerd, zal er geladen worden in de “Float” fase (druppel laden), dit is de spanning die is ingesteld bij de parameter “Vol. Cell RVF (V)” (15).
Opmerking:
Wanneer 1 cel tenminste de waarde van de parameter “SOC-100% Volt. (V)” heeft bereikt gaat een timer lopen, wanneer deze timer de parameter “RCV Time (H)” heeft bereikt, zal de accu als 100% vol worden geregistreerd, de SOC zal dan op 100% komen. Vervolgens zal er geladen worden in de “Float” fase.
Charge Status Time: In het “Real Time” overzicht geeft deze parameter de timer van de laadfases aan.

(*5):

Voor de UART poorten kunnen diverse protocollen worden gebruikt, niet ieder protocol is voor iedere poort beschikbaar.
De UART Protocollen:
000 = 4G-GPS Remote module common protocol.
001 = JK-BMS RS485 Modbus Protocol V1.0.
002 = NIU USeries .
003 = China Tower shared battery cabinet.
004 = Pace RS485 Modbus V1.3.
005 = Pylon low voltage protocol RS485
006 = Growatt BMS RS485
007 = Voltronic Inverter and BMS RS485.
008 = China tower Shared battery cabinet.
009 = Wow RS485 Modbus V1.3
010 = JK-BMS LCD Protocol V2.0
011 = UART1 User Customization.
012 = UART2 User Customization.
013 =(9600) JK-BMS RS485Modbus V1.0.
014 = (9600) Pylon low voltage protocol.
015 = JK-BMS PBxx series LCD Protocol.
016 = JK-BMS LIN-Bus V1.0.
017 = RS485 Protocol 17.
018 = RS485 Protocol 18.
019 = RS485 Protocol 19.
020 = RS485 Protocol 20.
En zo zien mijn belangrijke instellingen voor de “Eve MB31” eruit in de JK-BMS-Monitor:
