Toby van Doorn heeft een test uitgevoerd hoe de Victron Multiplus-II zich gedraagt tijdens kortsluiting tijdens Noodstroom.
Allereerst wat over de installatie-automaat (Rem-automaat).
deze werkt doormiddel van een thermische reactie.
Er zijn 3 klasse (karakteristiek), B (Snel), C (Traag) en D (Zeer Traag).
Hieronder een plaatje met de gegevens.

Een Installatie automaat met de B-karakteristiek heeft kortsluit beveiliging tussen de 3,2x en de 4,8x, dat is bij een B16 tussen 51,2A en de 76,8A en bij een B32, tussen de 102,4A en de 153,6A.

Een Installatie automaat met de C-karakteristiek heeft kortsluit beveiliging tussen de 6,4x en de 9,6x, dat is bij een C16 tussen 102A en de 153,6A en bij een B32, tussen de 204,8A en de 307,2A.

In artikel 411.3.2.2 van de NEN1010 word beschreven hoe snel een automaat moet afschakelen bij een kortsluiting, dat is bij 230V binnen 0,2 seconden. Bij groteren spanningen binnen 0,07 Seconden.
Bij een B16 automaat hebben we gezien dat er minimaal een kortsluit stroom van 77A nodig is om uit te schakelen, dat is dan 230V / 77 = 2,98Ohm.
Dat betekend dat tijdens eilandbedrijf (Noodstroom) de Multiplus minimaal 77A moet kunnen leveren om een B16 eindgroep uit te kunnen schakelen.
De Victron Multiplus-II 48/5000 kan een maximale stroom leveren van 50A, dus is deze niet in staat om een B16 bij een sluiting en/of overbelasting tijdens eilandbedrijf (Noodstroom) te doen uitschakelen, immers zal deze niet instaat zijn om meer dan 50A op te wekken.
Na ongeveer 1 seconden zal de Multiplus in overload gaan en zichzelf uitschakelen.
Klik hier om het volledige filmpje te zien.
Het inwendige van een installatie-automaat:

De werking (Bron Wikipedia):
De overstroombeveiliging van een installatieautomaat is een samenspel van twee in serie (achter elkaar) geschakelde elementen:
- Het eerste element is een magnetische beveiliging in de vorm van een elektromagneet (spoeltje). Dit element werkt zodra de overstroom plotseling zeer grote waarden gaat aannemen door bijvoorbeeld kortsluiting. Zodra er een kortsluitstroom gaat vloeien zal het spoeltje door het daarin opgewekte magnetisme een palletje tegen het uitschakelmechanisme schieten waardoor de automaat zal uitschakelen. Magnetische uitschakeling gebeurt zeer snel (ca. 10 ms).
- Het tweede element is datgene dat beveiligt tegen overbelasting. Dit is een thermische beveiliging met bimetaal. Bij langdurige te grote stroom treedt opwarming op van het bimetaal. Dit plooit door en bedient een palletje tegen het uitschakelmechanisme waardoor de automaat zal uitschakelen. Thermische uitschakeling is traag, dit komt omdat het enige tijd duurt alvorens het bimetaal zo warm wordt dat het gaat kromtrekken, hierdoor ontstaat een vertraging in de uitschakeling.
De overstroombeveiliging beveiligt de installatie enkel tegen kortsluiting en overbelasting, maar niet tegen verliesstromen (aardfouten), als hiervan de stroomsterkte niet groter is dan de waarde van de beveiliging. Om de gebruikers te beschermen tegen elektrocutie, en om te voorkomen dat bij een slechte aarding door een aardfout de aarding spanning gaat voeren, moet de installatie voorzien zijn van aardlekschakelaars. Tegenwoordig worden steeds vaker aardlekautomaten toegepast; een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat in één behuizing. De allereerste aardlekautomaten waren beschikbaar in 1985, deze waren van Holec en werden in de volksmond ook wel een Alomaat of Alamat genoemd. Het voordeel van aardlekautomaten is dat alleen de groep met de storing wordt uitgeschakeld en niet meerdere groepen.
De Curve:

De ligging van de magnetische drempel bepaalt de ‘curve’ van de automaat. De elektrische kring moet zo berekend zijn dat de kleinste kortsluitstroom de automaat magnetisch doet uitschakelen. Dit is belangrijk voor het beveiligen van lange kabels met een kleine doorsnede (mm²). Indien de kortsluitstroom te klein is, moet ofwel een lagere magnetische drempel genomen worden ofwel een kabel met grotere doorsnede (mm²).
Curve D: hoge magnetische drempel ca. 10 à 20 × In
Curve B: lage magnetische drempel ca. 3 à 5 × In
Curve C: normale magnetische drempel ca. 5 à 10 × In
Uitschakelingstijden bij automaten
- het thermisch gedeelte beveiligt tegen overbelasting, waarbij het schakelcommando afkomstig is van het bimetaal met schakeltijden van minimaal 0,1 s. Bij een stroom van 1,5 × Iₙ moet de automaat binnen het uur afschakelen.
- het magnetische gedeelte beveiligt tegen kortsluiting, waarbij het schakelcommando afkomstig is van de elektromagneet met schakeltijden van maximaal 0,1 s.
Vanaf welke stroomsterkte een automaat magnetisch reageert hangt af van het type karakteristiek
B-karakteristiek
- thermisch tot 3 × Iₙ (Iₙ = nominale stroom)
- zeker magnetisch vanaf 5 × Iₙ
- bij kleine start- of inschakelstromen, zoals elektrische verwarming, boilers, elektrische fornuizen
C-karakteristiek
- thermisch tot 5 × Iₙ
- zeker magnetisch vanaf 10 × Iₙ
- bij middelgrote start- of inschakelstromen, zoals verlichting (gloeilampen, halogeen, tl), wasmachine, stofzuiger, ijskast en diepvries, toepassingen van de B-karakteristiek